Veldexcursie

Bij de start van een onderzoeksproject hoort een goede veldexcursie naar het gebied waarover je onderzoek gaat doen, het liefst in gezelschap van een goede ‘visiting critic’ die meteen een aantal sterke en zwakke punten van de regio kan duiden. Daarom nodigde ik Pieter van Wesemael, professor architectural design and urban culture aan de Technische Universiteit Eindhoven uit voor een daglange excursie.

De uitnodiging komt niet uit de lucht vallen: van Wesemael hielp me voorafgaand aan deze periode al met het inkaderen van het onderzoekproject. Net als ik heeft hij roots (zij het wat verder weg) in Zeeuws Vlaanderen en daarnaast delen we de fascinatie voor de  gebieden met sterke logistieke en industriële infrastructuur, zoals het Kanaal van Gent naar Terneuzen (en alles daaromheen,) hij deed onder andere onderzoek naar het Noordzeekanaal tussen Amsterdam en IJmuiden. Ten slotte was hij ook al betrokken bij ‘ontwerplab krimp’, dat al in 2008-2009 de effecten van bevolkingskrimp belichtte. Het was aldus een goed gezelschap.

We startten de excursie in Terneuzen, dat we via de Reuzenhoeksedijk met magistrale bomenrijen aan weerszijden binnenreden.  Uitbreidingswijk ‘Nieuw Othene’, waar we arriveerden, was de eerste confrontatie met de effecten van bevolkingskrimp in de regio: er was veel leegstaande nieuwbouw. ‘Nieuw Othene’ lijkt in structuur en stijl sterk op andere uitbreidingswijken uit de jaren ’90 en ’00: in het gebrek aan samenhang en eigenheid, zou je zou de ene uitbreidingswijk probleemloos voor de andere wijk kunnen inwisselen. Hieruit was moeiteloos het eerste advies te destilleren: als je iets voor deze streek ontwikkelt, moet het vooral passen bij het DNA van deze streek. Het moet de regionale identiteit versterken, of aansluiten bij dat waar de regio economisch of cultureel reeds sterk in is.

Na een korte pauze op het uitkijkplateau bij het Churchillhotel, waar we ons vergaapten aan de muur van appartementencomplexen tegen de zeedijk, reden we rond de Terneuzense binnenstad, langs het stadhuis (‘ha, een Bakema’) en de Westkant, om uit te komen bij het sluizencomplex en busstation Westerscheldetunnel, wat in het gure januariweer toch een wat troosteloze plek is.

In het algemeen kan de positie van het busstation niet als ideaal worden gestempeld, waarom ligt het niet wat centraler in Terneuzen, de meerderheid van de passagiers heeft ten slotte toch Terneuzen als eindbestemming? Het busstation zou meteen de activiteit in het centrum kunnen aanjagen. Bij een vervoersknooppunt komt toch al snel een frietkraam, wat winkels en een café. Een idee’tje voor een herontwikkeling van de Axelse dam en omgeving?

Bij het fabriekscomplex van Dow Chemical, waar we vervolgens aanbelandden, viel ons op hoe groot het schaalverschil is tussen de installaties en hallen van Dow en het omringende landschap. Eén van de grote opgaven voor de komende tijd is de landschappelijke inpassing van al deze gigantische structuren. Verder opvallend is de sterke clustervorming van fabrieken. Dow heeft een aantal fabrieken en logistieke dienstverleners om zich heen verzameld die aan de eigen productie zijn gerelateerd. Zodoende vindt er in een compact gebied enorm veel activiteit plaats. Deze keten- en clustervorming, die ook elders in de Kanaalzone plaatsvindt, is duurzaam, efficiënt en verstoort het landschap niet zo sterk. Het is absoluut een aanbeveling voor verdere ontwikkeling van de kanaalzone.

We vervolgden onze weg langs het Kanaal van Gent naar Terneuzen naar het zuiden. Onderweg zagen we de kolenhopen van Ovet, de kranen van Mammoet en de fabrieken van Yara. Vanaf het Lelyplein in Sluiskil hadden we een prachtig zicht op de industrie aan de overkant van het kanaal. Op sommige plekken in Sluiskil (en ook in Sas van Gent) heb je direct visueel contact met de industrie, wat toch een grote meerwaarde geeft aan de plek.

Misschien is de tijd rijp om de imposante skylines die industrie biedt te herwaarderen, zoals mensen dat in de tijd van de opkomst van de industrie in de 19e eeuw al deden. Industrie in Nederland is niet meer de vervuiler die het ooit was en we kunnen de aanwezigheid van fabrieken weer louter gaan beschouwen als een teken van voorspoed en vooruitgang. En eerlijk gezegd zijn de ketels, pijpen, schoorstenen en silo’s die de Sluiskilse skyline sieren, vooral ook erg mooi.

Het binnenrijden van Sas van Gent, met rechts de ketels van Cargill, dan links het jachthaventje in de oude kanaalarm, vervolgens weer rechts een oude 19e eeuwse fabriekshal en eindigend in het prachtige centrum met oude kades en historische gevels, is als een tijdreis langs alles dat Sas van Gent heeft meegemaakt in twee minuten. De pruttelende ketels van de Cargill representeren de huidige agro-industrie van Sas van Gent, de kanaalarm met het jachthaventje is een restant van de 19e eeuwse kanaalaanleg, de fabriekshal staat voor de industrialisatie die hier (vanuit België, eerder dan in de rest van de kanaalzone) plaatsvond en het oude centrum is het restant van de grandeur uit de tijd dat de stad nog letterlijk sas (=sluis) van Gent was.  Als iemand ooit vraagt naar de historie en identiteit van Sas van Gent, laat hem via het noorden langs het kanaal de stad binnenrijden, een beter uithangbord van je identiteit kan je je niet wensen.

Alhoewel de grens tegenwoordig bestaat uit een bijna onopmerkelijk parkeerterrein, heb je direct in de gaten dat je België binnenrijdt. De beruchte Vlaamse wegen, de veel grovere industrie aan de horizon, de oudere gebouwen   in het landschap en de veel lossere ruimtelijke structuur doen je beseffen dat België echt een ander land is dan Nederland. Zeker niet minder, maar vooral anders. Had Sluiskil nog een mooie skyline met ketels, pijpen en schoorstenen; hier siert de nog veel grotere fabriek van Arcelor Mittal (het vroegere Sidmar) met zijn onbeschrijfelijke jungle van leidingen, roestige stortbakken en andere moeilijk te definiëren vormen de skyline. Een  waanzinnig decor.

Ook verderop was het nodige moois te aanschouwen: de uitgestrekte lege vlakte rond het Kluizendok, het dorp Doornzele, de oude Elektrabel centrale en het veerhoofd bij Langerbrugge. Hier stapten we even uit de auto. Terwijl de veerpont net begon aan zijn tocht, genoten wij van het zicht over het kanaal en het Sifferdok aan de overkant. Het viel ons op dat hier, in de Belgische kanaalzone veel mooie oude structuren langs het kanaal te vinden zijn met een grote monumentale waarde: een oude kade, een 19e eeuwse post voor de veerdienst, een al even oud  afvaartkantoor en een prachtige metalen draaibrug.  De potentie van plekken met mooi erfgoed als deze zou veel meer kunnen worden benut.

Na rond te hebben getoerd door de Gentse havenarbeiderswijk ‘het Muide’, dat volgens van Wesemael in bouwstijl een bijzondere gelijkenis vertoonde met Engelse arbeiderswijkjes uit de 19e eeuw en daarmee illustratief lijkt voor het vroege aanhaken op de oorspronkelijk Engelse industriële revolutie, reisden we terug naar Sas van Gent. Hier zette van Wesemael me af bij het HUIS en vervolgde hij zijn reis, terug naar midden-Nederland. We konden terugkijken op een inspirerende excursie waarin ik inmiddels de nodige interessante uitgangspunten voor verdere studie heb kunnen afleiden. Aan de slag dus!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s