Laat niet alleen de huurders opdraaien voor behoud van sociaal erfgoed

Het renoveren van monumenten is ingewikkeld en duur. Zeker als je ze bewoonbaar en betaalbaar wilt houden voor mensen met lage inkomens,  aldus Birgitte de Maar en Pepijn Bakker, lid van de Raad van Bestuur en strategisch adviseur bij woningcorporatie Rochdale.

Behoud het Wederopbouw-erfgoed, waaronder woongebouwen, bepleiten Marieke Kuipers en Wessel de Jonge in Trouw (Verdieping, 5 mei). Als woningcorporatie van 117 jaar oud, verhuren wij nogal wat sociale huurwoningen uit deze periode, en daar zijn we trots op.

We zorgen ervoor dat al die woningen nog decennia betaalbaar en goed zijn om in te wonen, voor gezinnen met lage inkomens. Dit artikel gaat dus over óns werk.

Ook wij vinden dat relevant erfgoed behouden moet worden. Het maakt de stad mooier en vertelt ons het collectieve verleden. In het eerste complex van Rochdale, aan de Amsterdamse Van Beuningenstraat, wonen nog steeds sociale huurders en zo blijft de bedoeling zichtbaar. Maar de auteurs gaan voorbij aan de vraag hoe we de verduurzaming en renovatie bekostigen.

Bij elk renovatieproject dienen corporaties tot het uiterste te gaan om samen met de huurders, woningen geschikt te maken voor een volgende generatie. Zo vraagt de energietransitie om veel meer (gevel)isolatie. De vergrijzing vraagt aanpassingen aan de toegankelijkheid. De toenemende kwetsbaarheid van onze doelgroep vraagt dat onze woningen tegen een stootje kunnen en geluidsarm zijn.

Verhuurderheffing

Dit betekent dat aanpassingen noodzakelijk zijn om deze woningen te blijven gebruiken waarvoor ze gebouwd zijn: om in te wonen. En dat tegen minimale kosten want – in tegenstelling tot wat in het Verdiepingsartikel wordt gesteld – worden bijna alle woningen na renovatie gewoon weer tegen sociaal tarief verhuurd.

Feit is dat monumenten renoveren ingewikkelder en duurder is dan het renoveren van andere gebouwen. En sinds het instellen van de extra verhuurderheffing zijn corporaties niet in staat om dit soort kosten met financiële reserves te bekostigen. Bovendien mag behoud van erfgoed niet ten koste gaan van andere doelstellingen, zoals de verduurzaming, het bestrijden van de woningnood of het betaalbaar houden van de huren.

De rekening voor het behoud van erfgoed mag niet alleen bij de laagste inkomens terechtkomen. Net als het behoud van de Rembrandts in het Rijksmuseum en het Paleis op de Dam, is het behoud van Wederopbouwerfgoed van collectief belang en zou dan ook door ons allen moeten worden gedragen. Zo garanderen we op een eerlijke manier dat het voor volgende generaties bewaard blijft.

Lees ook: 

Moet de wederopbouwarchitectuur tegen de vlakte? Niet doen, zegt deze architect  

Met schaarse middelen en in een rap tempo werd het verwoeste land na de oorlog opgebouwd. Het resultaat wordt nu vaak saai en sfeerloos gevonden. Architect Wessel De Jonge vindt dat de wederopbouwarchitectuur meer waardering verdient. ‘Het is de vastgoedvoorraad van de toekomst.’ Marieke Kuipers, emeritus hoogleraar Cultureel Erfgoed, is het daarmee eens. ‘Er is al veel gesloopt en dat is zonde.’

20200530_130341000_iOS

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s