‘The Fountainhead’ blijft de architectenbranche achtervolgen.

Architectenroman ‘The Fountainhead’ achtervolgt de branche al vanaf verschijnen in 1943 en zal dit waarschijnlijk tot in lengte van dagen blijven doen. Soms duikt zij op vanwege het ultrarechtse, maar in Amerika breed gedragen gedachtengoed van schrijfster Ayn Rand, een ander moment gebruiken film- of theatermakers het meeslepende verhaal als basis voor een hedendaagse bewerking. Ook nu Toneelgroep Amsterdam met haar toneelversie door Nederland en Europa toert, is daar opnieuw de onvermijdelijke spiegeling met de praktijk. En opnieuw bieden de sterk aangezette personages van architect-egoist Howard Roak en architect-conformist Peter Keating weinig ruimte voor nuance.

012 Bakker, P (2014). The Fountainhead blijft de architectenbranche achtervolgen

Het is nog altijd de vraag of het een vloek of een zegen is dat Rand in de jaren ’30-‘40 juist de architectenpraktijk koos om haar gedachtengoed uiteen te zetten. Filosofe Rand zocht een setting om binnen haar libertaire gedachtengoed de ideale mens te beschrijven. Het werd de vroegmodernistische architect Howard Roak in het door eclecticisme en neo-stijlen overheerste New Yorkse architectuurklimaat.

De zeer getalenteerde Roak is een non-conformist: hij volgt alleen zijn eigen koers, weigert opdrachten als hem onvoldoende ruimte wordt gegeven en als consequentie werkt hij tijdelijk in een steengroeve als hij geen architectenwerk meer krijgt. Dit terwijl zijn middelmatige studiemaat Peter Keating behendig carrière maakt door zich te conformeren aan familie, collega’s, opdrachtgevers, critici, de maatschappij. De centrale vraag is duidelijk: Volg je altijd je eigen overtuiging of laat je je leiden door wat anderen van je vragen?

Het boek nog eens teruglezend, is het erg begrijpelijk dat Rand juist voor de architectenpraktijk koos: als geen ander balanceert de architect tussen persoonlijke expressie en dienstbaarheid. Het cruciale probleem van het vak is de gigantische impact van het werk. Gebouwen zijn over het algemeen groot, zwaar, kostbaar en bedoeld voor langdurig gebruik. Daardoor dienen architecten altijd betalende opdrachtgevers en eindgebruikers te overtuigen om hun ontwerp te realiseren. Het zijn daarom niet per se de beste, maar wel de eloquente architecten die gemakkelijk opdrachten binnenhalen. En achter hoogstaande, vernieuwende architectuur gaat vaak behalve een architect een minstens zo vernieuwende opdrachtgever schuil. Hoe non-conformistisch je dus ook als architect wilt zijn, je kan het nooit alleen. Vind daar maar eens de balans.

Tegelijkertijd vinden architecten juist in die grote impact de ultieme drive om soms maniakaal hard te werken. Architectuur is letterlijk groter dan jezelf, het heeft de potentie om je te overrompelen en beïnvloedt ervaring en gedrag. Denk bijvoorbeeld aan het huis dat Rietveld ontwierp voor weduwe Schröder en haar twee kinderen. In deze collage van balkjes, platen, verschuifbare wanden en te openen delen, geschilderd in primaire kleuren, heeft het gezin daadwerkelijk decennialang gewoond. Hoe anders was hun leven dan in een doorsnee huis? Het is deze gigantische impact van hun werk die architecten drijft tot hun toewijding. Alleen zit niet iedereen op hun specifieke pennenvruchten te wachten. Opnieuw: waar is de balans?

Ook in de toneelbewerking komt de fragiele relatie tussen wat de maatschappij vraagt en wat de architect ontwerpt nadrukkelijk aan de orde. De grote verdienste van regisseur Ivo van Hove is hierbij dat hij de in het boek wat hoekige karakters véél menselijker heeft gemaakt. Dit geldt voor de door Ramsey Nasr gespeelde Roak, maar nadrukkelijk ook voor Peter Keating, een glansrol van Aus Greidanus jr. Deze laatste is van een halve schurk die letterlijk over lijken gaat (lees de passage over bureaupartner Hoyer er nog maar eens op na), getransformeerd tot een onschuldiger karakter waarin je je gemakkelijk kunt verplaatsen.

Eigenlijk lopen er heden ten dage best veel architecten rond die op deze Peter Keating lijken. Ze stellen in de ene stad de sloop van het plaatselijke Wederopbouwerfgoed voor en werpen zich in een andere stad juist op als de hoeders hiervan. Ze publiceren boeken over de noodzaak van groene architectuur, terwijl ze tegelijk werken aan airco gekoelde stadions in de woestijn, geconstrueerd met een equivalent van drie Eiffeltorens aan staal. Uit begeerte én uit onmacht zegt en maakt men wat van hen wordt gevraagd. Elke architect heeft een Peter Keating in zich.

Maar eerlijk is eerlijk: de voornaamste reden dat architecten meer op Keating lijken dan op Roak, zit meer in het onmogelijke karakter van de laatste. Een architect kán niet alleen uit eigen bron tappen. Geen architect heeft of had een volledig authentieke signatuur. Ze laten zich inspireren, voeden zich met andermans ideeën en vormen daar weer nieuwe ideeën mee, ze zijn allemaal tot op zekere hoogte ‘tweedehands’. En dat is dus helemaal niet erg. Wie zegt dat het luisteren naar wat de maatschappij van je vraagt -je dienstbaar opstellen- je eigen scheppend vermogen in de weg zit? Hoed je voor roekeloze types die niet ‘tweedehands’ willen zijn.

Ten slotte blijkt dat óók van den Hove de architectuurpraktijk als niet meer dan een kapstok gebruikt om grote ideologische tegenstellingen uit te werken. Nadat Roak ter bescherming van de zuiverheid van zijn creatie de ultieme daad heeft verricht, volgen slotpleidooien die de architectuurpraktijk ver overstijgen. Dit grote contrast tussen de menselijkheid van de tegenspelers aan het begin en het bombastische karakter van het einde laat je als toeschouwer totaal overdonderd achter.

Blijft de vraag over of het voor de architectenpraktijk een vloek of een zegen is dat zij ook anno 2014 met ‘The Fountainhead’ voor volle zalen wordt uitgelicht. Enerzijds is het fijn dat de dilemma’s van de architect inzichtelijk worden gemaakt voor een groot publiek. Anderzijds biedt ook van den Hove’s versie beklemmend weinig ruimte voor nuance en geeft het een totaal verknipte versie van de werkelijkheid. Het is een beeld van de architectenpraktijk waar we weer een tijdje tegen kunnen vechten. Aan de slag!

Bakker, P (2014). The Fountainhead blijft de architectenbranche achtervolgen. De Architect, jaargang 45 (7), pp 33.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: