Dit is de meest controversiële naamgever van gebouw op de EUR campus

De campus van de Erasmus Universiteit Rotterdam herbergt een schat aan architectuur, kunst en andere objecten met een mooi verhaal. Kom eens bij ons kijken! Deze week: DEUGNIET.

Bernard Mandeville is de meest controversiële naamgever van een gebouw op de campus. Ten minste, dat was hij in zijn eigen tijd, hij leefde van 1670 tot 1733, in de nadagen van de Hollandse Gouden Eeuw.

Deze in Rotterdam geboren, maar naar Engeland geëmigreerde zenuwarts werd bekend om zijn stelling dat de ondeugd de bron is van maatschappelijke welvaart. ‘Private vices, public virtues’.

Het nastreven van deugdelijk leven leid in zijn ogen tot een maatschappij zonder beweging en zonder vooruitgang. Juist het nastreven van het persoonlijk gewin brengt dingen in beweging, waar ook anderen in de maatschappij van profiteren. Dat was tegen het zere been van Calvinisten, die in hun leer juist de nadruk legde op het zuiver handelen volgens Gods regels.

Hoe dan ook, Mandeville werd er wereldberoemd mee. Zijn ‘fable of the bees’, waarin hij zijn theorie uit de doeken doet, is een klassieker. De grondlegger van economie Adam Smith beschouwde hem als een inspiratiebron en zelfs Karl Marx, die inhoudelijk gezien precies in het andere kamp te plaatsen is, roemde Mandeville om zijn scherpe observatie.

Wat betekent het nou dat juist de Erasmus Universiteit een Mandeville gebouw heeft? Ooit reikte de EUR Mandeville penningen uit. En in zeros hield de universiteit jaarlijkse ‘Mandeville lezingen’. Daar passeerden vooral rechts georiënteerde economen en politici zoals Frits Bolkestein de revue. Het lijkt dat de aandacht voor Mandeville paste in de rechts-liberale wind die door Nederland waaide.

Met de bankencrisis, waarbij de schade van al die ondeugd werd gerepareerd met publiek geld, is die wind gaan liggen. Alleen het Mandeville gebouw is nog over.

Nog iets over het gebouw…

Doet het gebouw zijn naamgever eer aan? Het is niet het meest ondeugende universiteitsgebouw dat ik ken. En dat is een understatement. Het is juist wat saai en eentonig, met veel dezelfde plattegronden en met een regelmatig, vlak gevelpatroon.

Bij ondeugende universiteitsarchitectuur moet ik denken aan de Uithof in Utrecht. Daar vergaapte ik me als architectuurstudent aan de avantgardistische onderwijsgebouwen. Ik zag er het Minnaertgebouw met een gevel van spuitbeton en binnenin een heus impluvium. Ik bezocht de waanzinnige zwart-witte universiteitsbibliotheek van Wiel Aretz. En ik raakte in vervoering van het met gekromd beton en golfplaat afgewerkte Educatorium van Rem Koolhaas.

Inmiddels weet ik van mijn collega’s bij de Universiteit Utrecht hoeveel moeite (en extra investering) het kost om deze gebouwen op de lange termijn te gebruiken. Maar, in de geest van Mandeville, leidt juist die ondeugd dus tot extra werk en weer extra inkomsten voor de architecten en bouwers die de onvolkomenheden weer hebben gerepareerd. ‘Private vices, public virtues’, ook in de architectuur.

Geef een reactie