De campus van de Erasmus Universiteit Rotterdam herbergt een schat aan architectuur, kunst en andere objecten met een mooi verhaal. Kom eens bij ons kijken! Deze week: JAN SCHOONHOVEN.
‘Dit kan iedereen maken’, is wat je regelmatig hoort als commentaar op niet-figuratieve kunst. Vaak is dat om uit te drukken dat niet-figuratieve kunst daarom geen kunst is, in de veronderstelling dat iets pas kunst is wanneer het technisch moeilijk is om te maken.
Behalve dat kunst echt veel meer is dan technisch vermogen alleen, is het ook de vraag of het daadwerkelijk zo is dat iedereen non-figuratieve kunst zoals deze Schoonhoven kan maken.
Toevallig heb ik enige tijd geleden samen met een vriendin de proef op de som genomen door zo’n non-figuratief werk van Schoonhoven na te maken. Dat mondde uit in eindeloos snijden van kartonstrookjes, daarna heel veel lijmen om al die vlakjes op elkaar te laten aansluiten. Vervolgens hebben we heel veel papier marché aangebracht en tot slot moest het geheel nog een keer of vier gewit worden. Onderweg maakten we ook nog een telfout, waardoor we niet uitkwamen en we opnieuw moesten beginnen. We waren ruim een half jaar met het project bezig. Wat een werk!
Ik zag een tv-programma waarin werd verteld hoe Schoonhoven zijn plastieken maakte. Dat deed hij aanvankelijk zelf, in de avonduren, omdat hij overdag werkte bij de PTT. Toen hij als kunstenaar bij het grote publiek doorbrak en de vraag naar zijn werk steeds groter werd, betrok hij een assistent die hij het monnikenwerk liet doen. Dat bewijst maar weer: dit kan daadwerkelijk iedereen maken. Als je maar doorzettingsvermogen en geduld hebt.
Dat repeterende monnikenwerk om iets te maken dat geen direct nut heeft, was voor mij een verdiepende ervaring die me dierbaarder is dan het werk zelf, hoe mooi dat ook hangt in onze woonkamer. Bij elke plastiek van Jan Schoonhoven moet ik er even aan denken. Zo ook dit wonderschone exemplaar in de kunstcollectie van de EUR.